Welkom   Projecten   Nieuws   Het land   Sponsoring   Mediatheek   Organisatie   Acties   Contact
  Laatste nieuws
  Gironummer
  Missie visie KOS
  Projectplan
  Partners
  Reisverslag
      4 oktober 2008
      5 oktober 2008
      6 oktober 2008
      7 oktober 2008
      8 oktober 2008
      9 oktober 2008
 

€ 40.150,07    

 
 

Gebruikersnaam:

Wachtwoord:

 
 
 

4 oktober 2008: door Albert Hulshof en Carel Friesen

Wakker worden in Gambia, per ongeluk om 6.00 uur ’s ochtends, omdat de wekker niet dat doet wat je gedacht had, betekent de dag plukken op een wel geheel andere wijze dan voorheen. De prachtige ligging van ons hotel op een vooruitgeschoven landtong waar de rivier de Gambia uitmondt in de Atlantische Oceaan is op zich al een bijzondere gewaarwording. De wind ruist door de palmen, de geplaveide paden liggen er fris bij, nog even schoongespoeld door een stevige regenbui tijdens de nadagen van het regenseizoen. De toenemende strandafbraak door de eindeloze stroming van de rivier en het niet aflatende uitrollen van de zeegolven op het strand, tot bijna aan de voet van het hotel, is in de afgelopen jaren een halt toegeroepen door middel van een wal van donkergekleurde imposante basaltblokken. Dit ……. hoe kan het ook anders, door een Nederlands baggerbedrijf.  In de verte lijkt de zon de oceaan te ontstijgen; een eerste prachtige eerste ontmoeting met Gambia. 
 

Tijdens een wandeling langs het strand met collega Heidi, die Gambia al eens eerder heeft bezocht, worden we allervriendelijkst aangesproken door twee jonge mannen die ons nadrukkelijk ervan willen overtuigen dat zij ons een echte indruk van Bakau kunnen geven wanneer wij van hun vervoer gebruik maken. Een moment later ontmoeten we één van de hotelmedewerkers, Mamodi. Hij heeft nu een maande vakantie en woont tijdens zijn werk in een bescheiden onderkomen grenzend aan het hotel. Na wat verkenningen over en weer, waarbij wij het doel van onze reis toelichten, deelt hij ons mede dat de overheid het achterland van Bakau al jarenlang verwaarloost en zich bewust richt op het kustgebied waardoor de aandacht van de wereld zich meer hierop focust.

Voordat we vertrekken zijn we in vier groepen ingedeeld. Dit vooral om minder ‘massaal’ over te komen tijdens plaatselijke ontmoetingen en om de communicatie in het Engels te vergemakkelijken. Iedereen heeft rijkelijk flessenwater meegenomen om mogelijk ongewenste neveneffecten te voorkomen en om enigszins bestand te zijn tegen de broeiende hitte en het hoge luchtvochtigheidgehalte. Zo gaan we op pad, ieder met zijn/haar eigen verwachtingen.

Nu is het rond 17.00 uur en zitten we bij elkaar om indrukken en ervaringen uit te wisselen. Gambia kent vele ‘gezichten’:
De schijnbare tevredenheid, of is het gelatenheid, op de gezichten van veel volwassenen dat bij ons een gevoel van irritatie kan opwekken in de vorm van ‘kom nu eens zelf in beweging’. Wellicht onterecht wanneer telkens weer duidelijk wordt door toelichting van de gidsen, dat voor velen in Gambia zelfs de dagelijks primaire levensbehoeften niet worden vervuld, denk daarbij onder meer aan:
dagelijks –voldoende- te eten hebben, een menswaardige behuizing, een –vaste- bron van inkomsten (zo ja, dan minimaal bijvoorbeeld € 30,-- per maand), geen of minimale gezondheidszorg, geen of een uiterst beperkte vorm van onderwijs, die voor velen na de basisschoolleeftijd ophoudt omdat het benodigde geld daarvoor ontbreekt. Weliswaar verkondigen de gidsen met grote stelligheid over de genezende uitwerking, bij maag- en buikklachten, van drankjes bereid op basis van fijngestampte bladeren van bomen en struiken.
Gambia, een land dat niet beschikt over rijkdom in de vorm van delfstoffen/bodemschatten.

De meestal vrolijk spontane kinderen die je omringen en onophoudelijk vragen omdat wij voor hen de witte ‘rijken’ zijn, nieuwsgierig en verbaasd bij alles wat je uit de rugzak of tas tevoorschijn haalt: ballonnen of kleine ‘klikklak’ doosjes met kleine mintsnoepjes of iets dergelijks. Jonge mannen en vrouwen, meestal zonder werk of slechts incidenteel ingezet, brengen de dag veelal door met elkaar praten. Vrouwen, moeders (dikwijls jong) gaan naar de markt voor etenswaren, verkopen uien, vruchten of anders, handelen of ruilen om vervolgens terug te gaan naar hun compounds (dikwijls met ijzeren golfplaten of deels houten schuttingen omgeven woonerven), om daar vaak huishoudelijke werkzaamheden te verrichten.
Een niet aflatende, voor ons steeds weer intens warme zon, die zeer veel van je energie vraagt. Is dat de reden waarom hier het tempo van leven zo anders is?
Uitgezonderd, de vele roestende bromfietsen en overjarige taxi’s, wordt het straatbeeld hier voornamelijk bepaald door mensen met een rustige, ja zelfs gracieuze gang, kennelijk wetend dat haast hier een nodeloze verspilling van energie betekent. Kalmte en rust, schijnbaar de pijlers van het ultieme dagelijkse geluk!

Doen onze vragen er überhaupt toe wanneer je op indringende wijze geconfronteerd wordt met onder andere: grotendeels onverharde wegen met talloze gaten, open rioleringen met onvoorstelbare rotzooi en stank, een haven waar dagelijks ca. 3.000 locals zich om 5.00 uur ’s ochtends verzamelen om de dagelijks benodigde vis te kopen om na te zijn vertrokken een strook strand achter te laten met een misselijk makende stank, veroorzaakt door rottende visdelen, een dode kat en andere viezigheid die de kans op besmettelijke ziekten levensgroot maken. Dit terwijl op andere plekken waaronder de rijkere wijk (Cofi Annan area) en de toeristische 'Krokodillenpool' het er ineens veel verzorgder uitziet.

En …………………………….. Gambia, zo prachtig, zo mooi, zo bijzonder om zijn:
Baltjo’s: aasetende gieren, een vertrouwde aanblik boven Bakau – de Baobabboom met zijn geneeskrachtig helende bladeren bij maag-darmaandoeningen – Mangobomen – Het Katchikallymuseum en de fertilityshower waar vrouwen met kinderwensen worden verhoord zoals verhalen ons willen laten geloven – waar drums in het verleden vertelden van brand, gevaar op zee of oorlog – waar een wirwar van bovengrondse elektriciteitsleidingen de communicatie waarborgen.

Gambia een van de weinig Afrikaanse landen, een republiek, dat ondanks zijn bewogen koloniale verleden (inclusief slavenhandel), trots kan zijn op het feit dat zoveel verschillende bevolkingsgroepen op een relatief kleine oppervlakte, vreedzaam kunnen samenleven!

Gambia, een land dat er al lang om vraagt dat wij en anderen de handen uit de mouwen steken om met de mensen daar aan een kansrijke toekomst voor haar kinderen te bouwen!